Merkwaardig rijtje met enkele geveltoppen in chaletstijl. Het deel van 73 t/m 83 is symmetrisch. Er is veel variatie in de kleur van de gebruikte bakstenen.
De naam van de architect is niet geheel zeker. Waarschijnlijk heeft de bouwer, de timmerman en makelaar Van Schaik, zelf iets bedacht. Vermoedelijk komen de vele ornamenten uit de catalogus van een leverancier van namaaksteen.
Van Schaik ging zelf met zijn gezin wonen in het huis op nummer 73. In 1901 vertrokken ze naar nummer 63 en twee jaar later naar Prinsengracht 802. Beide huizen waren ook door Van Schaik ontworpen.
In het onderhuis van nummer 69 begon Willem Brouwer in 1900 een melkwinkel. Henricus Boonacker maakte er in 1910 een melksalon van. In de jaren 1920 kwam er een groentewinkel.
Ook het onderstuk van nummer 73 was een tijd lang in gebruik als winkelruimte. Vanaf 1913 verkocht Carolina Antoinette Francoijs er dameshoeden, in 1932 werd het een winkel in kunstnijverheid, eind jaren 1930 een kunsthandel, en weer later (tot circa 1979) werden er kunst- en huishoudelijke artikelen verkocht.
In de woning erboven, 73-huis, gaf in het begin van de twintigste eeuw de verloskundige Hoekstra-Rooseboom voorlichting over het nieuw-malthusianisme oftewel over voorbehoedsmiddelen. De woning diende van begin jaren 1920 tot begin jaren 1930 als kantoor van allerlei organisaties uit de vakbeweging: de Landelijke Federatie van Houtbewerkers (en/of Meubelmakers), idem van Sigarenmakers en Tabaksbewerkers, de Syndicalistische Federatie van Metaalbewerkers en het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond. Daarna werd de ruimte weer een woning.
In het onderhuis van nummer 83 werkte van 1903 tot 1915 de horlogemaker W.F. Hooijkaas.
Eerste Helmersstraat 69-83
Er zijn 7 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.