1 juni 1869 - 30 januari 1941
Meinardus Johannes Elias (Meindert) Lippits werd geboren in Hoorn, in een katholiek gezin. Hij ging al jong in de leer bij de architect A.C. Bleys, die toen nog in Hoorn werkte. Toen Bleys rond 1880 naar Amsterdam verhuisde, ging Lippits mee; hij was onder meer opzichter bij de bouw van het Sint Elisabethgesticht. Rond 1900 begon hij zijn eigen praktijk.
Zijn eerste project in Amsterdam werd meteen het bekendste: gebouwen van de Amsterdamsche IJsclub op het IJsclubterrein, nu Museumplein (1904). Die werden echter circa 1947 gesloopt.
Hotel Schiller aan het Rembrandtplein (1914-1915) bestaat nog wel. Lippits heeft echter vooral veel woningen gebouwd, voor diverse woningbouwverenigingen. Al in 1910 tekende hij voor de Samenwerking middenklassewoningen rond de Jacob Obrechtstraat en in de Moreelsestraat. Ze vielen op doordat ze niet meer de traditionele en-suite-indeling hadden; ze waren meer breed dan diep. Lippits huurde zelf een woning in het rijtje in de Jacob Obrechtstraat.
Voor de katholieke vereniging Het Oosten ontwierp hij in 1915 samen met J.J.L. Moolenschot en N.H.W. Scholte de eerste rijtjes, onder meer in de Smitstraat. Met Scholte vormde hij vanaf 1910 een bureau. Dat ontwierp ook blokken aan de Jozef Israëlskade, eveneens voor Het Oosten (1922). Samen met Jop van Epen werkte hij aan de Harmoniehof, voor de Samenwerking.
Buiten Amsterdam bouwde hij onder meer een katholieke kerk in Diemen (1912) en samen met Jan Stuyt woningen in Alkmaar.
Rond 1930 trok Lippits zich terug in Bergen, in een zelf ontworpen huis. Hij had gebroken met de r.-k. Kerk; daardoor had hij ook geen contact meer met zijn familie. Hij overleed in 1941 in Alkmaar.