1887 -
Op 8 mei 1887 vond in een zaaltje in de Gerard Doustraat de eerste samenkomst in Nederland plaats van wat werd aangekondigd als het Reddingsleger. De naam was de letterlijke vertaling van die van de Engelse moederorganisatie, de Salvation Army van generaal William Booth. Het was een christelijke organisatie, opgezet met een militaire hiërarchie, en met een stevige zendingsdrang en veel aandacht voor hulpverlening.
De bijeenkomst, feitelijk een kerkdienst, werd geleid door de Engelsman John K. Tyler. Hij had de rang van kapitein en was door het Engelse hoofdkwartier aangesteld om de Nederlandse afdeling te leiden. Op het podium stond ook de eerste Nederlandse heilsoldaat, luitenant Gerrit Govaars (Amsterdam 1866 - Soest 1954), opgeleid als onderwijzer. Dezelfde dag werden nog drie diensten gehouden, die volgens aanwezige verslaggevers allemaal goed bezocht werden.
De formule sloeg kennelijk aan want het Leger groeide snel. Aanvankelijk was er onder de Amsterdammers veel scepsis over de heilsoldaten die zingend door de straten trokken om zieltjes te winnen. In de strenge winter van 1890 deed het Leger positief van zich spreken door zalen beschikbaar te stellen voor daklozen, hetgeen de acceptatie bevorderde. Ook elders in Nederland kwamen korpsen.
In juni 1887 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift De Heilssoldaat, de voorloper van de Strijdkreet. Het werd uitgegeven vanuit het eerste landelijke hoofdkwartier, Daniël Stalpertstraat 88. In 1888 werd een voormalig volkskoffiehuis op het Rapenburg betrokken als hoofdkwartier, heilstempel en kweekschool voor officieren. Het ging om gebouw "De Vrede", Rapenburg 42-44 (bij het Rapenburgerplein; later genummerd als 92-96; verdwenen). Oprichter Booth was aanwezig bij de opening.
In 1892 werd het hoofdkwartier verplaatst naar Prins Hendrikkade 131 (waar ooit Michiel de Ruijter woonde); in 1897 naar Warmoesstraat 134; in 1901 naar Damstraat 20; en in 1906 naar Prins Hendrikkade 49-51.
Vestigingen in 1927:
Er waren toen dus bijeenkomstlokalen in alle volksbuurten behalve in Noord.
In de Tweede Wereldoorlog werd het Leger verboden. De Duitse bezetter zag het als een Engelse organisatie; commandant van het Leger was op dat moment de Brit Benwell. Het sociale werk viel stil. De activiteiten die onder de noemer kerkgenootschap vielen konden wel doorgaan.
Na de oorlog werd het maatschappelijke werk hervat. Het hoofdkwartier bleef op de Prins Hendrikkade tot het in 1971 terugging naar de Damstraat, dit keer naar nummer 9-21. In 1991 vertrok het naar Almere. Het Leger is nog altijd op tal van plekken actief in Amsterdam.