Direct naar de inhoud
  • 1850-1940
  • Wederopbouw
  • Na '65
  • Complexen
  • Personen & organisaties
  • Thema's
  • Bouwstijlen
  • Zoeken
  • - - - - - - -
  • Monumenten
  • - - - - - - -
  • Quizzen
  • - - - - - - -
  • Over, bronnen, copyright etc.
  • Doneren
  • Privacyverklaring
  • start
  • Amsterdam op de kaart

  • zoeken
  • filters
  • tips
  • Kaartlagen

    Basis

    Historische kaarten

    Kaarten

    Uitbreidingplannen

    Afbeelding uit: circa 1935. Bron afbeelding: Stadsarchief.
    Afbeelding uit: augustus 1960. De twee villa's met daarachter de fabrieksgebouwen. Foto gemaakt vanaf de Utrechtsebrug.
Bron afbeelding: Stadsarchief.
    Afbeelding uit: mei 1922. De twee villa's aan de Amsteldijk.
    Afbeelding uit: circa 1925. Met de klok mee: de schoorsteen; het poortgebouw; de eerste villa; de tweede villa; de fabriekshal.
    Afbeelding uit: 1911. Ontwerp van voor- en zijgevel van het fabrieksgebouw.
    Afbeelding uit: 1911. Bouwtekening van ketelhuis, machinekamer en schoorsteen.
    Afbeelding uit: september 1911. Advertentie voor krimpvrij wollen ondergoed (K.W.O.) in het Algemeen Handelsblad van 22 september 1911. Met Amsterdamse winkels waar het verkrijgbaar was.
    Afbeelding uit: september 1928. Advertentie van de ATEK in het Algemeen Handelsblad van 3 september 1928.
    Afbeelding uit: juli 2026.

    Het gebouwencomplex van de N.V. Amsterdamsche Tricot- en Kunstzijdefabrieken ATEK. Grotendeels afgebroken. Architecten waren C. van Amstel en F.H. Theijse.

    Toen het complex vanaf 1911 ontstond lag het nog een eind buiten de stad, op een plek die tot 1921 bij de gemeente Nieuwer-Amstel hoorde. In het uitbreidingsplan Zuid dat de Amsterdamse gemeenteraad in 1917 vaststelde, was het weggetekend. De uitvoering van dat deel van het plan liet echter op zich wachten; de fabriek bleef staan. De bebouwing ten noorden van de Rivierenlaan (Kennedylaan) kwam er in de jaren 1930. In 1936 werd aan de oostkant het eerste deel van het Amstelpark aangelegd, het latere Martin Luther King-park. De Utrechtsebrug was in 1954 gereed.

    Opdrachtgever voor de bouw van wat toen nog een fabriek voor wollen ondergoed was, was Martin Kaufmann jr. (Rotterdam 1870 - Amsterdam 1932). Bij de fabriek kwamen een wasserijgebouw met machinekamer en 20 meter hoge schoorsteen, en een woonhuis voor de directeur. Aan de Amstel werd een eigen steiger gebouwd.

    Omwonenden waren niet blij met de komst van een fabriek, die volgens hen de fraaie Amsteloever zou ontsieren. Het gemeentebestuur van Nieuwer-Amstel hield een speciale zitting om bezwaren in ontvangst te nemen, maar niemand kwam opdagen. De bouwvergunning werd verleend.

    Het fabrieksgebouw mat oorspronkelijk 38 bij 26 meter en was bereikbaar via een poort waar een portierswoning in was opgenomen. In het fabrieksgebouw kwamen een naaizaal en een weefzaal, alsmede een aantal kleinere ruimten. Er waren ook kleedkamers voor het personeel. Die voor vrouwen was groter dan de mannenkleedkamer; er werkten meer vrouwen dan mannen.

    Het bedrijf waar Kaufmann leiding aan gaf heette Ned. Tricotfabriek voorheen Valton & Zonen. De Franse ondernemers Valton hadden eind negentiende eeuw een techniek ontwikkeld om krimpvrij wollen ondergoed te maken. Dat werd onder de naam Comète ook in Nederland verkocht. "Ieder stuk dat krimpt wordt teruggenomen", aldus de advertenties van het bedrijf. In 1906 was onder leiding van handelsagent Kaufmann een proeffabriek geopend in de Eggertstraat. Zestien Nederlandse vrouwen leerden daar de Valton-techniek van acht Franse. Later, tot de opening van de fabriek aan de Amstel, was de werkplaats gevestigd op Nieuwe Herengracht 117.

    De fabriekshal werd in 1913-1914 vergroot. Tegelijk werd aan de Amstel een tweede villa gebouwd, voor mede-directeur Robert Herzog. Architect Christiaan van Amstel (1880-1929) leverde ditmaal het ontwerp zonder medewerking van Theijse.

    In oktober 1915 brak brand uit in de kelders van de vergrote fabriekshal, waar katoen lag opgeslagen. Volgens een krantenbericht waren de 300 werknemers al naar huis, en werkte het bedrijf in die tijd vooral voor het Nederlandse leger. De hele fabriek brandde uit.

    In 1918 kwam op het terrein een tweelaags recreatiegebouw, met daarin twee schaftlokalen en een dienstwoning. Ook dat gebouw werd ontworpen door Van Amstel.

    Circa 1925 kreeg het bedrijf de naam Amsterdamsche Tricot- en Kunstzijdefabrieken, waarschijnlijk om aan te geven dat er ook stoffen gemaakt werden van viscose (kunstzijde, rayon).

    In de Tweede Wereldoorlog kreeg het bedrijf een bewindvoerder toegewezen, wat er op wijst dat het Joodse eigenaren had. In 1934 was in het schaftlokaal een vakantieschool gehouden van de vereniging Talmud Thora. De productie ging tijdens de oorlog door.

    Na de oorlog had het bedrijf ook een vestiging in Hoofddorp. Na 1958 is in de kranten niets meer te vinden over ATEK. Wellicht kon het niet het hoofd bieden aan concurrentie uit het buitenland. In 1960 werd de complete inboedel geveild. De veiling was in opdracht van de directie en niet van een curator; er was dus geen sprake van een faillissement.

    De gebouwen werden gekocht door schoenenhandel Hoogenbosch. Die liet de Haarlemse architect F.M. Kramer de oude fabriekshal onherkenbaar renoveren en verbouwen tot kantoor met magazijn (gereed 1962). Hoogenbosch, een landelijke keten met ook een filiaal in Amsterdam, had in 1956 de Amsterdamse firma Huf overgenomen (destijds gevestigd op Kalverstraat 178). De twee villa's werden in de jaren 1960 afgebroken. Hoogenbosch-directeur J.B. Lub liet in 1967 voor zichzelf een bungalow bouwen op het terrein, ontworpen door Kramer en C. den Heijer.

    Na Hoogenbosch zat in het kantoor-magazijn enige tijd een meubelhandel. Circa 1983 ging Ford Nederland het gebouw als hoofdkantoor gebruiken. De auto-importeur en -distributeur vertrok na ruim dertig jaar eind 2016 naar Amstelveen. Tegenwoordig zijn er verschillende bedrijven gevestigd in het pand.

    De naam ATEK leeft nog voort in de naam waarmee het gebied bij het waterschap bekend staat: Atekpolder. Door de ophogingen in de jaren 1930 ten behoeve van de stadsuitbreiding en het park moest het relatief laaggelegen fabrieksterrein in 1936 een eigen waterhuishouding krijgen, los van de omgeving. De polder is zo'n 2,5 ha groot, omvat ook Amsteldijk 220 en 223, en heeft een eigen gemaal dat loost op de Amstel.

    Oorspronkelijke adressen: portierswoning Nieuwer-Amstel wijk D 1a, eerste villa 1b, fabriek 1c, tweede villa 1d. Na de annexatie van Nieuwer-Amstel in 1921 kregen de gebouwen de nummers 216 t/m 219.

      Amsteldijk 216-219

      Datering:
      1911-1914
      Ontwerp:
      Amstel, C. van & F.H. Theijse
      Bouwstijl:
      Oorsponkelijke functie:
      Fabriek en woningen
      Status:
      Gesloopt, 1961.
      Bronnen & links:
      Laatste wijziging:
      juli 2026

      Er zijn 4 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.

      Toon afbeeldingen Stadsarchief (4)