Fabriekspand van de "N.V. Emaille- en metaalwarenfabriek Gelria" van A. en M. Levy. Het bestaat uit een kantoorgedeelte aan de straatkant en daarachter een hal met sheddak (zaagtanddak). Het werd aanbesteed als een "fabriek met kantoren, magazijnen, woning en bijkomende werken".
Het bedrijf was opgericht in 1906. Het had sinds 1908 een fabriek in Hattem, waar zo'n 130 mensen werkten. In 1916 kreeg het de naam Gelria. Het bedrijf produceerde vooral huishoudelijke artikelen. Eigenaren waren de broers Ahron Jacob Levy (Arnold; Nijmegen 1871 - Amsterdam 1922) en Maurits Jacob Levy (Nijmegen 1870 - Hilversum 1922). Ze handelden al zeker sinds 1895 in geëmailleerde ijzerwaren met hun firma A. en M. Levy, die in 1895 gevestigd was op Oudezijds Achterburgwal 152 en later op Prins Hendrikkade 143. Ze waren beiden begin 50 toen ze enkele weken na elkaar overleden: Arnold in september, Maurits in oktober "na een kortstondig lijden".
De Amsterdamse fabriek kwam er omdat het bedrijf in Hattem moeite had om voldoende personeel te vinden. In Amsterdam gemaakte plaatijzeren artikelen, zoals pannen en emmers, werden per trein naar Hattem vervoerd om geëmailleerd te worden. Op het terrein voor de fabriek lag een aftakking van het goederenspoor dat over de Cruquiusweg liep.
De producten van Gelria belandden vooral buiten Europa: toenmalig Nederlands-Indië, het Verre Oosten, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika.
Na het overlijden van Arnold Levy kwam zijn weduwe M.J. Themans in de directie. Ze trad in 1940 terug. Zoon Ernst Jacob Levy (1905-1997) kwam in 1929 in de directie.
Gelria kreeg in 1941 een bewindvoerder toegewezen op grond van de door de bezetter uitgevaardigde "verordening tot verwijdering van Joden uit het bedrijfsleven".
Na de oorlog, in 1955, ging Gelria naar de beurs. Het bedrijf staakte in 1956 de activiteiten, naar eigen zeggen vanwege de concurrentie uit Oost-Azië, vooral Japan en Hongkong. Ten tijde van de sluiting werkten in Hattem 100 mensen in de fabriek en in Amsterdam 65.
Het pand werd daarna gebruikt door diverse auto-gerelateerde bedrijven. De eerste was de NV Entam, een dealer van Ford trucks. Ook verhuurbedrijf A.A.A.C. en schadehersteller Amcab zaten hier; vermoedelijk waren dat gelieerde ondernemingen. Midden jaren 1980 vestigde autoschadehersteller J. Drenth zich er, overkomend uit de Saenredamstraat. Het bedrijf vertrok circa 2005 naar Amstelveen. In 2017 kwam er autoverhuurder Drive Yourself; die vertrok in 2025 naar de Joan Muyskenweg in Duivendrecht. Drive Yourself had een sociale tak, stichting Do Yourself, die onder meer hiervandaan hulpgoederen naar Oekraïne bracht (2022).
De gemeente Amsterdam oordeelde in 2022 dat de hal er zo slecht aan toe was dat geen enkel gebruik meer toegestaan kon worden. In 2026 liet de gemeente weten van plan te zijn het fabriekscomplex te verbouwen tot buurt- en cultureel centrum. Het industriegebied Cruquius was inmiddels een gemengde woon-werkwijk geworden.
Vanwege het langdurige gebruik door de firma Drenth wordt het gebouw ook wel Drenthhal genoemd.
Cruquiusweg 84
Er zijn 3 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.