Rijtje woningen aan de Distelweg, onderdeel van de noodbuurt Disteldorp.
De eerste bewoners kwamen allemaal uit de stad ten zuiden van het IJ. Sommigen vertrokken na een paar jaar naar de Van der Pekbuurt, anderen bleven hier.
- 26: Dirk Koeman (Koog a/d Zaan 1877 - Amsterdam 1938), zijn vrouw Tiessiena Kooi (Winsum 1876 - ?) en drie kinderen. Koeman was brigadier van politie. Het gezin woonde eerder op Dirk Hartoghstraat 6 en vertrok in 1921 naar een bovenwoning in de Sleutelbloemstraat.
- 28: de weduwnaar Maurits Gerard Bakker (Amsterdam 1864 - 1929) en aanvankelijk twee kinderen. Bakker was onderbaas in een ijzerfabriek. Het gezin kwam over uit de Van Beuningenstraat. Bakker woonde hier tot zijn dood.
- 30: Willem Standhart (Amsterdam 1892 - 1973), zijn vrouw Jacoba de Jong (Amsterdam 1890 - 1976) en drie kinderen. Standhart was buffetchef, vermoedelijk bij café De Beurs op het Damrak. Later wordt magazijnbediende vermeld als beroep. Ze woonden eerder in de Roomolenstraat en vertrokken in 1922 naar een benedenwoning in de Sleutelbloemstraat.
- 32: Nicolaas Croese (Amsterdam 1875 - 1921), zijn vrouw Johanna Paulina van Cutsem (Kampen 1869 - Amsterdam 1950) en zes kinderen. Croese was een koopman en los werkman. Het gezin woonde eerder aan de Krom Boomssloot. De weduwe bleef hier wonen tot haar overlijden.
In 1925 trouwden twee buurkinderen met elkaar: de 22-jarige Bernardus Antonius Bakker en de 23-jarige Hendrika Wilhelmina Croese. Ze vonden een woning in de Uranusstraat. In 1932 scheidden ze.
Nummer 28 en nummer 30 werden in 2001 samengevoegd tot één woning.