In 1914 kwam hier het Museum van voorwerpen ter voorkoming van ongelukken en ziekten in fabrieken en werkplaatsen, kortweg het Veiligheidsmuseum. Eerder huisde het museum in een veel kleiner pand aan de Groenburgwal.
De gemeente stelde in 1910 het terrein beschikbaar. De bouw werd in juni 1911 onderhands (dus niet openbaar) gegund aan aannemer Terlingen. Drie jaar later vond de officiële opening plaats, door minister Treub van Nijverheid.
Architect Ed. Cuypers publiceerde in 1910 in zijn eigen tijdschrift Het huis, oud & nieuw een tekening van de voorgevel. Hij schreef daarbij: "Er is getracht in het aspect der gevels een rustig en streng karakter te leggen, dat even de herinnering opwekt aan de rust en soberheid in sommige der beste gebouwen der Hollandsche laat-Renaissance." Het uiteindelijke gebouw is nog wat strenger dan dat ontwerp.
Een van Cuypers' toenmalige medewerkers, Piet Kramer, claimde in 1951 (veertig jaar na dato) de eigenlijke ontwerper te zijn: "Het Veiligheidsinstituut .. moest ik voor hem [Cuypers, red.] tekenen en hij was er verrukt over." Kramers biograaf Kohlenbach (1994) meent in de vele metselwerkpatronen de hand van Kramer te herkennen. Is dat voldoende om het ontwerp geheel aan Kramer toe te schrijven? Cuypers' biograaf Norbruis (2025 en per e-mail) twijfelt niet aan het auteurschap van Cuypers. Het ontwerp paste in een bestaande trend naar klassiek ogende gebouwen met expressief metselwerk, en Cuypers stond altijd open voor nieuwe stijlinvloeden. Zijn bureau had al eerder een dergelijk ontwerp afgeleverd en zou er nog meer maken, ook na het vertrek van Kramer. Duidelijk is wel dat Kramer heeft meegetekend aan het museum.
De oprichters van het museum uit 1893 pleitten voor betere arbeidsveiligheid en meer hygiëne op de werkplek. Hiertoe werden hier veilige machines getoond, en schone 'arbeidersprivaten'. Foto's lieten zien wat de gevolgen waren van onjuiste omgang met giftige stoffen zoals lood. Het initiatief voor de oprichting en voor dit gebouw ging uit van de Maatschappij voor Nijverheid, waarin zowel ondernemers als wetenschappers actief waren.
In de jaren 1920 vond het door de kunstschilder Herman Heyenbrock opgerichte Museum van den Arbeid hier enkele jaren onderdak.
Het Veiligheidsmuseum werd in 1952 omgedoopt tot Veiligheidsinstituut, om de voorlichtingstaak te benadrukken. Het instituut verhuisde begin jaren 1980 naar de De Boelelaan. Na enkele fusies en naamswijzigingen is het opgegaan in TNO.
Het gebouw in de Hobbemastraat werd in de jaren 1990 in gebruik genomen door het naburige Rijksmuseum. In 2007 volgde een grote verbouwing. Van het oorspronkelijk pand bleef alleen het voorste deel overeind; het deel met de museumzaal werd gesloopt. Er verrees een 75 meter diep nieuw gedeelte ontworpen door het architectenbureau Cruz y Cortiz, dat ook de gelijktijdige (maar iets langer durende) verbouwing van het Rijksmuseum leidde. In het pand zijn sindsdien allerlei restauratie-ateliers gevestigd van het museum, de UvA en van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Architect Ed. Cuypers was een neef (oomzegger) van Rijksmuseum-architect Pierre Cuypers en dus ook een neef van Pierre's zoon Jos, die het buurpand op nummer 20 ontwierp. Driemaal Cuypers op een kluitje.
Veiligheidsinstituut. Hobbemastraat 22-24
Er zijn 40 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.