Twee dienstwoningen voor personeel van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij.
In 1874 werd de Oosterspoorweg geopend, de spoorlijn tussen Amsterdam en Amersfoort (en later verder naar Zutphen). Voor een van de opzichters bij de aanleg was hier bij de Keverdijk een woning gebouwd (nummer 2). Omdat er ook een halte kwam, de stopplaats Keverdijksche Weg, kwam er in 1874 ook een woning voor de wachter van die halte (huisnummer 1).
Volgens Wikipedia was de woning van de opzichter van steen en die van de wachter van hout. Een lezer meldde ons dat juist de wachterswoning van steen is met houten betimmering, en de opzichterswoning van dubbellaags hout. De Vestingwet van 1874 en de Kringenwet van 1853 bepaalden in het schootsveld van forten alleen houten bouwwerken mochten komen. Dat was om ze in tijden van oorlog makkelijk af te kunnen breken en de forten vrij zicht te geven. De huizen staan niet ver van fort Uitermeer, dat in die jaren flink werd verbeterd. Opmerkelijk genoeg werd de stenen woning niet afgebroken maar werden de muren met hout betimmerd.
De halte werd in 1930 opgeheven. In de jaren 1940 werd de spoorlijn zo'n 150 meter naar het noorden verplaatst, om een aantal knikken in de lijn op te heffen. De knikken hadden ook een militaire achtergrond: de spoorlijn was oorspronkelijk zo aangelegd dat ze optimaal bestreken kon worden door de forten in Weesp en bij Uitermeer.
Achter deze twee huizen bouwde de NS in 1922 nog vier houten woningen, Keverdijk 3 t/m 6.
Keverdijk (Weesp) 1-2