De architecten Van Rossem en Vuyk bouwden behalve theater Carré vooral herenhuizen voor welgestelden. Koetshuizen vloeiden daar uit voort.
Opdrachtgever van dit koetshuis met stal en woning was L.J.W. Kanne, commissionair in verzekeringen. Hij liet in de Swammerdamstraat ook enkele woonhuizen bouwen door Van Rossem en Vuyk (nrs. 14-18). Kanne woonde zelf sinds 1883 op Weesperzijde 4, aan de andere kant van het bouwblok. Zijn anderhalf jaar oude zoontje legde in september 1884 de eerste steen van het koetshuis.
De koetsen werden in het voorhuis gestald. De paardenstal met hooizolder stond achterin het gebouw en was bereikbaar via een binnenplaats. Er was plek voor vier paarden. De achtergevel was opgetrokken in de chaletstijl.
Ergens in de eerste decennia van de twintigste eeuw werden in het koetshuis twee garageplekken voor auto's ingericht. De toenmalige eigenaar deed in 1913 zijn koetsen van de hand deed "wegens aanschaffing van automobielen". Een van de koetsen was een coupé gebouwd door de Amsterdamse firma Schutter en Van Bakel. Tot 1915 zat er nog de confectiefabriek "Amsterdam" van André Hertzberger (Eindhoven 1875 - Bergen-Belsen 1944); die vertrok toen naar Prins Hendrikkade 141.
Vanaf 1920 diende het pand als werkplaats van autohandelaar Antoon Nefkens (Amersfoort 1882 - ?? 1958), die toen op Weesperzijde 5 woonde. Hefkens handelde in de merken N.A.G. en Brennabor, en daarnaast in motorboten. Het oude koetshuis was destijds verenigd met het buurpand rechts (nummer 10) en Weesperzijde 5. Het bedrijf vertrok in 1925 naar het Cornelis Troostplein waar Nefkens in 1926 boven zijn nieuwe garage ging wonen. Hij had een showroom aan het Prof. Tulpplein, tegenover het Amstelhotel.
In 1926 werd het koetshuis verbouwd tot ruimte voor bijeenkomsten van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Amsterdam-Oost. Architect Commer de Geus leverde daarvoor het ontwerp. Aanvankelijk telde de gemeente zo'n 50 leden; in 1931 waren het er al 500. De kerkzaal hier was te klein en daarom vertrok de gemeente in 1931 naar een nieuwe kerkruimte, de Plantagekerk aan de Plantage Muidergracht.
Hier kwam in 1931 weer een garagebedrijf, ditmaal dat van B.Th. Tadema (Doesburg 1895 - Amsterdam 1985). Die ging wonen op de eerste verdieping, samen met zijn vrouw. Tadema woonde er tot 1983. De garage was toen al in andere handen overgegaan.
Het laatste garagebedrijf hier was garage Toethuis, dat in 2005 na enkele decennia auto's repareren de deuren sloot.
Ondanks adviezen van de welstandscommissie en Heemschut om het pand op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, verleende het stadsdeel Oost de eigenaar circa 2010 een sloopvergunning. Het pand werd vervolgens herhaaldelijk gekraakt en ontruimd. In de zomer van 2013 werd het gesloopt. De voorgevel keerde terug in de nieuwbouw, zij het met twee extra verdiepingen.
Swammerdamstraat 12
Er zijn 2 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.