Het Stenen Hoofd is een voormalige havenpier aan de Westerdoksdijk in het IJ.
Eerder lagen hier enkele steigers, de Westelijke Handelssteigers, die in 1901 aan vervanging toe waren. De gemeente besloot dat jaar ze te vervangen door een landhoofd waar ook treinen op konden komen, zodat er meer goederen overgeslagen zouden kunnen worden.
Het project werd ontworpen door een ingenieur van de afdeling Havenwerken van Publieke Werken. Het hoofd werd 200 meter lang en 50 meter breed. Het rustte op 11.000 palen. Er kwam een stalen loods op te staan, met enkele bijgebouwen zoals een kantoor en een schaftlokaal.
Het hoofd werd verhuurd aan de Staatsspoorwegen, die het deels onderverhuurden aan de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij. Die Rotterdamse rederij uit 1871 onderhield een passagiersdienst op Amerika: de Holland-Amerikalijn. Het verlangen de rederij aan Amsterdam te binden was voor de gemeente een belangrijke drijfveer achter de aanleg van de pier.
De spoorwegen zegden in 1930 de huur op. De NASM verliet de pier in 1931 en ging naar de Borneokade.
Tot begin jaren 1970 legden hier nog schepen aan. De loods was in de jaren '70 bouwvallig geworden en werd in 1978 afgebroken. Toen werd ook de kop van de pier afgegraven, waardoor een soort lagune ontstond. Het hoofd werd een oase voor diverse zeldzame soorten varens.
Tegenwoordig worden op de pier af en toe kleinschalige evenementen georganiseerd, zoals een filmfestival in de openlucht. Sinds 2015 staat er in de zomermaanden een soort strandtent, met namen als achtereenvolgens La tête, Brandendzand, Paaseiland en Niemandsland.
Stenen Hoofd. Westerdoksdijk