11 augustus 1867 - 11 februari 1937
Johanna Elisabeth ter Meulen werd geboren als elfde kind in een welgesteld gezin en groeide op aan de Herengracht. In de jaren 1880 belandde ze in kringen van sociaal bewogen mensen als de hervormer Arnold Kerdijk, maatschappelijk werkster Hélène Mercier en de ondernemer Willem Spakler. Via Mercier kwam ze in aanraking met het 'woningwerk': volksverheffing door verbetering van huisvesting.
Spakler nam haar in dienst om de woningen te beheren die hij in de Jordaan had opgekocht. Dat ging moeizaam. In 1893 vertrok ze naar Londen om daar in de leer te gaan bij de sociaal werkster Octavia Hill. Hill werkte samen met een filantropische geldschieter aan de verbetering van de huisvesting van arbeiders. Terug in Amsterdam richtte Ter Meulen in 1898 de woningbouwmaatschappij Oud-Amsterdam op, met Spakler als financier. Ter Meulen werd directeur en woningopzichteres - de eerste van Nederland.
In haar kantoor in de Anjelierstraat richtte ze een bibliotheek in met boeken voor de kinderen van de huurders. Naast huisvesting en onderwijs was ze ook geïnteresseerd in gezondheidszorg. Zo liep ze in 1897 stage bij een polikliniek voor kinderziekten. Daar leerde ze de arts Cornelia de Lange kennen, die een vriendin voor het leven zou worden en vanaf 1908 huisgenote.
In 1903 was ze een van de oprichtsters van de Vereniging van Woningopzichteressen. Ze was ook actief in het Amsterdamsche Bouwfonds, voorzitter van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, directeur van de NV Maatschappij van Huizenbouw benoorden het IJ, en gemeentelijk woninginspectrice in buitengewone dienst.