21 april 1906 - 25 september 1968
Fop Ottenhof werd geboren in Rotterdam. Hij studeerde daar bouwkunde aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, een opleiding op MTS-niveau. Na het behalen van zijn diploma in 1927 kwam hij als tekenaar in dienst van J.H. van den Broek.
Hij werkte later enige tijd voor Sybold van Ravesteyn en was daar onder meer chef bouwbureau bij de bouw van de Rivièrahal in diergaarde Blijdorp (gereed 1940). Vanaf 1941 werkte hij op het bureau van Jan Wils, waar hij zich bekwaamde in systeembouw. In 1951 werd hij hoofdarchitect bij de gemeentelijke woningdienst van Den Haag. Daar ontwierp hij onder meer veel woningen in de uitbreidingswijken Moerwijk en Morgenstond. Later (1956-1960) werkte hij weer samen met Jan Wils, nu als compagnon. Samen begonnen ze aan het 550 meter lange flatgebouw aan het einde van de Laan van Meerdervoort (gereed 1963).
Ottenhof was in de jaren 1960 lid van het team dat de honingraatflats in de Bijlmermeer ontwierp. Hij werkte aan Grubbehoeve, Grunder, Kleiburg en Klieverink - die pas na zijn dood gereed waren. Grunder en Klieverink zijn inmiddels afgebroken.
In 1936 was hij de samensteller van een boek over betaalbare woningbouw. Aanleiding was een prijsvraag die de gemeente Amsterdam in 1933 had uitgeschreven voor het ontwerp van een wijk met goede en goedkope arbeiderswoningen. Van de ruim negentig inzendingen, ook die van gerenommeerde architecten van het Nieuwe Bouwen, voldeed er volgens de jury geen een aan de eisen goed én goedkoop. Ottenhof had zelf meegewerkt aan de inzending van Van den Broek. Met de publicatie trok hij de discussie over betaalbare woningen naar een breder publiek dan alleen architecten en bestuurders.