3 juli 1907 - 5 december 1993
Arthur Staal werd in Amsterdam geboren, als zoon van de architect J.F. Staal en J. Hoogenkamp. Hij doorliep de HBS in Bussum en studeerde aan de School voor Bouwkunde in Haarlem en daarna aan de MTS in Utrecht.
Na zijn opleiding werkte hij bij zijn vader en bij het Bureau Baanders. In het architectuurdebat van die tijd werd hij een van de belangrijkere figuren binnen de Groep 32, een afsplitsing van het Nieuwe Bouwen. Andere figuren in die beweging waren Boeken, Zanstra, Giesen, Sijmons, Van Woerden en Holt. Met enkelen van hen werkte Staal af en toe samen.
In 1935 won hij de Prix de Rome voor bouwkunst, met een ontwerp voor een collectieve woning voor kunstschilders. Van het stipendium maakte hij op een motorfiets een lange studiereis naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Eerder had hij door Italië gereisd.
Het leeuwendeel van zijn werk dateert uit de periode van de naoorlogse wederopbouw, toen hij hele woonwijken bouwde in onder meer Velsen/IJmuiden en Amsterdam-West.
Zijn bekendste werk in Amsterdam is de toren Overhoeks (1970), de voormalige Shell-toren op de noordelijke oever van het IJ, nu A'dam Toren geheten. Staal ontwierp ook diverse andere gebouwen op het Shell-terrein, waarvan nu alleen het bedrijfsrestaurant resteert.
Ook de grote woonflat aan de zuidwesthoek van de Sloterplas is van zijn hand (1962), evenals gebouw Metropool in de Weesperstraat (1964).
Een belangrijke klant was de Amrobank. Hij ontwierp er diverse Amsterdamse kantoren voor, onder meer in de Jodenbreestraat (1966), aan het Haarlemmerplein (1972) en op de Rozengracht (1982).
Staal trouwde in 1946 met Quita Pronk, met wie hij twee kinderen kreeg. Hij woonde van 1946 tot zijn dood in 1993 op Lijnbaansgracht 324.