Sober rijtje met 32 eenkamerwoningen voor daglonersgezinnen. De woningen waren rug aan rug gebouwd en hadden elk een spoelhok, privaat en drie bedstedes. Op zolder waren bergingen en ruimtes om de was te drogen.
Het project was een experiment van een clubje volkshuisvesters die elkaar merendeels al kenden uit de Bouwonderneming Jordaan: financier C.W. Janssen, architect J.E. van der Pek en de woningopzichteressen en sociaal werksters L. van der Pek-Went, H. Mercier en W.C. van der Hoeven. Ze stelden drie vragen:
Het antwoord op de eerste vragen was een eenkamerwoning van 30 à 35 m², met huren van ƒ 1,45 tot 1,95 per week, of 2,20 voor een woning met tuin. Dat was heel wat meer dan de ƒ 1,- die veel arbeiders maximaal per week aan huur konden besteden.
In de woningen was volgens de stichters plek voor gezinnen met hooguit vier kinderen tot tien jaar. Bij oudere kinderen zouden "morele nadelen" gaan tellen: men achtte het niet kies als verschillende geslachten in één bed zouden moeten slapen en zich in dezelfde ruimte zouden moeten wassen. Een weduwe met vier volwassen dochters zou er nog wel kunnen wonen.
Van der Pek kwam met een aantal oplossingen voor bekende problemen van rug-aan-rugwoningen: gehorigheid en gebrekkige ventilatie. De muren tussen de woningen werden uitgevoerd met een spouw om geluidsoverlast tegen te gaan. De alkoven waren gekoppeld aan een ventilatiekoker, zodat er ook met gesloten ramen verse lucht in de bedstedes kon komen. Het privaat kreeg licht en lucht via het raam van het naastgelegen spoelhok. Bij de grote vensters konden onder- en bovendeel tegelijk of afzonderlijk geopend worden, zodat er goed gevarieerd kon worden met de ventilatie.
Het Bouwkundig Weekblad concludeerde:
Er zullen weinig plaatsen hier te lande — om van het buitenland niet te spreken — zijn, waar de dagloonersgezinnen woningen zullen vinden als deze, even soliede gebouwd en even netjes en hygiënisch ingericht. De heer v. d. Pek heeft hier in dit opzicht een goed en navolgenswaardig werk geleverd.
Van der Hoeven werd de woninginspectrice van het blok.
Financier C.W. Janssen bracht de huizen in 1905 onder in de mede door hemzelf en architect Van der Pek opgerichte Vereeniging Amsterdamsch Bouwfonds, een nieuwe woningbouwvereniging.
Het geheel is in 1974 gerenoveerd. De woningen kregen een douche. Van de woningen op de begane grond aan de straatkant werden bergingen gemaakt, zodat er 28 woningen resteerden. Voor de toegang tot de bergingen werden deuren aan de straat toegevoegd. In 2008 werden de woningen op de derde verdieping twee keer zo groot gemaakt door de zolders er bij te trekken.
Polanenstraat 54-60
Er zijn 8 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.