Gebouwd als weeshuis voor de Diaconie van de Nederduitsche Hervormde Gemeente. Later diende het als ziekenhuis, en daarna als hoofdkantoor van het energiebedrijf. Afgebroken in 1985.
Eerder bevond zich hier een populaire uitspanning met de naam Park Tivoli: een zomerschouwburg met ruime tuin. Gunstig gelegen vlak buiten de Leidsepoort konden Amsterdammers er in de warmere maanden terecht. Na de sluiting ervan in 1869 lag het terrein er jarenlang verlaten bij. De Hervormde diaconie had in 1867 het terrein gekocht om er een nieuw weeshuis te bouwen.
De diaconie beschikte al enkele eeuwen over een weeshuis aan de Amstel. Omdat dat te klein werd, werden al sinds 1865 plannen gemaakt voor een nieuw pand. Aanvankelijk zou dat dienen ter vervanging van het oude, maar in 1871 werd besloten om het als extra pand te bouwen. Het nieuwe weeshuis was bedoeld voor jonge kinderen en iets oudere meisjes. Voor de groep iets oudere jongens werd het oude pand vernieuwd.
In 1878 werden stad, diaconie en Pierre Cuypers, de ontwikkelaar van de Vondelstraat, het eens over de loop van de toen nog aan te leggen Tesselschadestraat. De eerste steen voor het weeshuis werd in juni 1879 gelegd; in december 1882 was het pand gereed.
Dagblad De Standaard omschreef het door architect A.N. Godefroy ontworpen gebouw als "deftig, sierlijk en doelmatig". Er was plek voor 400 kinderen. Die sliepen op zalen met doorgaans 14 bedden; de kleinsten lagen met 50 in één zaal. Er waren ook een school en een bewaarschool (crèche) in het pand, een badhuis en een kerkzaal annex eetzaal, alsmede dienstwoningen voor de directeur en de directrice.
De kleinste kinderen werden overdag zoet gehouden in de bewaarschool. Iets oudere kinderen kregen les in de klaslokalen in het gebouw. Na de zesde klas kregen de meisjes hier onderricht in huishoudelijk werk.
Vanaf 1904 werden er ook oudere jongens ondergebracht, na de sluiting van het weeshuis aan de Amstel. Het aantal wezen in tehuizen was gedaald, mede doordat er meer kinderen bij gezinnen werden ondergebracht. De jongens werkten overdag buiten het weeshuis.
In 1916 liet de gemeente Amsterdam het oog vallen op het pand om het te verbouwen tot gemeentelijk hulpziekenhuis. Er was in de stad een nijpend tekort aan ziekenhuisbedden. In 1918 was de verkoop aan de gemeente rond. De wezen vertrokken naar door de diaconie aangekochte huizen aan de Keizersgracht bij de Huidenstraat.
De verbouwing tot ziekenhuis was in september 1920 gereed. Het Tesselschadeziekenhuis telde twaalf ziekenzalen met elk 28 bedden. Op zolder waren 118 kamers voor inwonende verpleegsters en 28 voor dienstbodes. Aan het Zandpad werd een pathologisch-anatomisch laboratorium annex lijkenhuis gebouwd.
De gemeente besloot in 1936 om het ziekenhuis tijdelijk te sluiten, vooral om geld te besparen. Men wilde het wel als reserve achter de hand houden. In 1938 werd echter besloten om er het gemeentelijke elektriciteitsbedrijf in onder te brengen, samen met de administratie van het gasbedrijf. Het stroombedrijf was op dat moment gevestigd in het oude Lloydpand aan de Martelaarsgracht, en het gasbedrijf in het oude weeshuis aan de Amstel. In 1939 waren beide bedrijven verhuisd en gingen ze verder onder de naam Gemeentelijk Energiebedrijf. Dat bleef hier tot het in 1985 verhuisde naar de Spaklerweg, op het terrein van de voormalige Zuidergasfabriek.
Het oude pand werd afgebroken. Op het terrein kwam luxe-appartementencomplex Byzantium (gereed 1991). Dat was een project van de ontwikkelaars Ballast Nedam, MBO en het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten; architect was Rem Koolhaas.
Stadhouderskade 22, Tesselschadestraat 1
Er zijn 148 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.