Direct naar de inhoud
  • 1850-1940
  • Wederopbouw
  • Na '65
  • Complexen
  • Personen & organisaties
  • Thema's
  • Bouwstijlen
  • Zoeken
  • - - - - - - -
  • Monumenten
  • - - - - - - -
  • Quizzen
  • - - - - - - -
  • Over, bronnen, copyright etc.
  • Doneren
  • Privacyverklaring
  • start
  • Amsterdam op de kaart

  • zoeken
  • filters
  • tips
  • Kaartlagen

    Basis

    Historische kaarten

    Kaarten

    Uitbreidingplannen

    Afbeelding uit: januari 2021. De façade met de hoofdingang, gemarkeerd door twee torens. Achter de ramen op één hoog, boven de centrale hal, is de personeelskantine.
    Afbeelding uit: januari 2021.
    Afbeelding uit: juli 2011. Het naar voren stekende bouwdeel rechts markeert de koninklijke ingang en wachtkamer.
    Afbeelding uit: april 2012. De ruimte links, met de erker, was de woning van de stationschef. De grote iep rechts is de laatste van een rijtje bomen die rond 1900 langs het water werden geplant.
    Afbeelding uit: januari 2021. De westelijke vleugel.
    Afbeelding uit: november 2011. De hal achter de centrale ingang.
    Afbeelding uit: oktober 1955. Centrale hal, met loketten. Collectie NS / Het Utrechts Archief, cat.nr 159455.
    Afbeelding uit: mei 1956. De centrale hal, met een voetgangerstunnel naar het Stationsplein. Die was destijds nodig om het autoverkeer op het plein te ontlopen.
    Afbeelding uit: april 2012. Het lage deel van de westvleugel.
    Afbeelding uit: maart 2023. Dakkapelletje op de westelijke vleugel.
    Afbeelding uit: april 2012. Het koninklijke paviljoen. Door de poort met dubbele deur paste een koets, die er aan de andere kant weer uit kon rijden. Zo kon de koninklijke wachtkamer makkelijk bereikt worden.
    Afbeelding uit: april 2012. Tableau op het koningspaviljoen met een spreuk van de letterkundige J.A. Alberdingk Thijm (tevens Cuypers' schoonvader).
    Afbeelding uit: maart 2023. Het rijkswapen, boven de inrit van de koninklijke wachtkamer.
    Afbeelding uit: januari 2013. Het hek van de koninklijke wachtkamer.
    Afbeelding uit: januari 2013. De westvleugel. Aan de oostkant van het station was oorspronkelijk een soortgelijke vleugel.
    Afbeelding uit: januari 2021. Een van de goederenluiken van de westvleugel.
    Afbeelding uit: februari 2013.
    Afbeelding uit: april 2012. De oudste van de inmiddels drie kappen, ontworpen door spoorwegingenieur L.J. Eijmer. Deze heeft een lengte van 300 meter en overspant 45 meter. Het embleem van het gevleugelde wiel symboliseert de spoorwegen.
    Afbeelding uit: februari 2013. Binnen, onder de overkapping ontworpen door spoorwegingenieur L.J. Eijmer.
    Afbeelding uit: oktober 1889. Advertentie in Het Nieuws van den Dag van 14 oktober 1889.
    Afbeelding uit: 1890.
    Afbeelding uit: 1884.
    Afbeelding uit: september 1903. De bouw van het station betekende het einde van het Damrak als haven. Een deel van het water werd gedempt. De straat werd nu de entree tot de stad voor treinreizigers. En een toplocatie voor hotels, zoals het Victoria-hotel op de hoek.
    Afbeelding uit: september 2014. Zicht op de overkappingen, vanaf het Havengebouw. Rechts de oudste kap, uit de 19e eeuw; daarnaast de smalle uit 1996; links daarvan de grote kap uit 1922; geheel links het nieuwe busstation.
    Afbeelding uit: Circa 1950. Bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Afdeling Multimedia Rijkswaterstaat
    Afbeelding uit: januari 2015. De oostzijde, gezien vanuit het gebouw van Vinke & Co.
    Afbeelding uit: juni 2015. Detail van een steunboog in de centrale hal.
    Afbeelding uit: juni 2015. Beeldhouwwerk op de linker toren, ontworpen door Frans Vermeylen, naar een schets van P.J.H. Cuypers, uitgevoerd door Martin van Langendonck. Maten: 5,5 bij 6,25 m.
Bovenste rij: Apollo, Ceres, Vulcanus
Middelste rij: Landbouw, Veeteelt, Handel
Onderste rij: Electriciteit, Nijverheid, Stoom
    Afbeelding uit: december 1986. De heropening van Grand Café Restaurant "1e Klas".
    Afbeelding uit: april 2018. Op het perron tussen spoor 13 en 14 staat dit nu ongebruikte seinhuis, een ontwerp van architect H. Schelling (bouwjaar 1924?). Vanuit deze 'Post B' werden seinen en wissels bediend van de sporen 8 tot en met 15, tot 1974. Een soortgelijk seinhuis voor de andere sporen is al verdwenen. De twee seinhuizen waren door een loopbrug met elkaar verbonden.
    Afbeelding uit: januari 2022. Op de voorgevel zijn de wapens van 14 Europese handelssteden afgebeeld, op tableaus van geëmailleerd lava. Op de foto de wapens van (v.l.n.r.) Antwerpen, Londen, (Amsterdam), Berlijn en Hamburg. Daarboven het rijkswapen.
    Afbeelding uit: januari 2019. Westgevel. Medaillon-reliëfs met de beeltenissen van de ingenieurs F.W. Conrad, B.H. Goudriaan en L.J.A. van der Kun.
    Afbeelding uit: juni 2022. Westgevel. Boven de ingang van de dienstwoning van de stationschef een timpaan met een gevleugeld wiel (het beeldmerk van de spoorwegen) en het motto "Snel en zeker". Ontwerper was Frans Vermeylen jr. (1857-1922) uit Leuven, die ook beeldhouwwerk voor het Rijksmuseum verzorgde.
    Afbeelding uit: januari 2022. Windrichtingaanwijzer op de zijkant van de westelijke toren.
    Afbeelding uit: januari 2022. Boven het koninklijke paviljoen staat deze wapendrager met schild en vlag.
    Afbeelding uit: circa 1885. Presentatietekening.
    Afbeelding uit: circa 1885. Presentatietekening.
    Afbeelding uit: circa 1885. Presentatietekening.
    Afbeelding uit: 1890. Hier zijn luifel en rijtuigkappen goed te zien.
Bron afbeelding: Stadsarchief.

    Centraal Station, of Amsterdam Centraal zoals de NS het tegenwoordig liever noemt. De architecten Cuypers en Van Gendt begonnen in 1876 aan het ontwerp; de feitelijke bouw begon in 1881.

    Over de taakverdeling tussen de architecten verschillen architectuurhistorici van mening. Het ligt voor de hand dat de als kunstenaar hoog aangeschreven Cuypers zich richtte op de vormgeving, en dat de gewezen spoorwegingenieur Van Gendt zich meer bezighield met inrichting en constructie. Ze ondertekenden samen formele stukken en ontvingen ieder de helft van het honorarium. De brede overkapping van de sporen werd ontworpen door spoorwegingenieur L.J. Eijmer.

    De eerste stations van Amsterdam lagen aan de rand van de toenmalige stad. Het waren kopstations die de reizigers weinig keuze uit bestemmingen boden. In de jaren 1860 werden daarnaast plannen ontwikkeld voor een verbinding tussen Den Helder en het zuiden, via Amsterdam. Het Weesperpoortstation lag ongunstig voor een goede aansluiting van de nieuwe lijn op de lijn naar Utrecht. Dat er een centraler station moest komen in Amsterdam was zodoende vrijwel onomstreden. De vraag was waar.

    De regering stelde in 1864 voor het station te bouwen op drie aan te plempen eilanden in het IJ. Dat betekende dat de stad afgesloten zou worden van het IJ, een emotioneel en naar gevreesd werd ook economisch pijnlijke keuze. Als alternatief werd een locatie ten zuiden van de stad voorgesteld. De regering zag met de IJ-optie mogelijkheden om een oostelijk havengebied te ontwikkelen met een goede spoorwegaansluiting. Zo'n moderne haven zou de economie van de stad een flinke impuls kunnen geven. De regering dreef haar voorkeur door, en in 1869 stemde de gemeenteraad er uiteindelijk mee in.

    Voor de aanleg van de eilanden werd zand gebruikt dat gewonnen was bij de duindoorgravingen voor de aanleg van het Noordzeekanaal. Toen de oostelijke en westelijke eilanden klaar waren, kwamen daar tijdelijke stations in afwachting van de komst van het grote station.

    Het "Centraalstation" werd op 15 oktober 1889 geopend. Oorspronkelijk was er één kap. De tweede, langere werd in 1922 gebouwd. Tussen die twee kappen in volgde in 1996 een derde, de middenkap.

    Het gebouw bestaat uit een middendeel met hoofdingang, geflankeerd door vleugels met de oostelijke en westelijke toegangen. Die vleugels hebben beide een laag gedeelte. Alles bij elkaar was het gebouw 300 meter lang. In 1920 werd het lage deel van de oostvleugel afgebroken; op die plek kwam het pakketpoststation van Cuypers' zoon Jos.

    Het station lijkt sinds eind jaren 1990 in een permanente staat van verbouwing te verkeren. De stationshallen worden opgeknapt en verbreed, aan de achterzijde is een busstation toegevoegd, evenals een halte van de Noord-Zuidlijn. In de jaren 2020 werd begonnen met het verbreden van perrons, om meer reizigers te kunnen verwerken.

    In 2002 werden de karakteristieke luifel boven de hoofdingang en de rijtuigkappen aan de vleugels verwijderd, al dan niet geheel. Spoorwegorganisatie ProRail sprak van een tijdelijke verwijdering, maar anno 2026 zijn de kappen nog altijd niet terug.

      Centraal Station. Stationsplein 13-47

      Datering:
      1881-1889
      Ontwerp:
      Cuypers, P.J.H. & A.L.van Gendt
      Bouwstijl:
      Neogotiek
      Oorsponkelijke functie:
      Station
      Status:
      Rijksmonument (5681)
      Bronnen & links:
      Laatste wijziging:
      juni 2026

      Er zijn 294 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.

      Toon afbeeldingen Stadsarchief (294)