Centraal Station, of Amsterdam Centraal zoals de NS het tegenwoordig liever noemt. De architecten Cuypers en Van Gendt begonnen in 1876 aan het ontwerp; de feitelijke bouw begon in 1881.
Over de taakverdeling tussen de architecten verschillen architectuurhistorici van mening. Het ligt voor de hand dat de als kunstenaar hoog aangeschreven Cuypers zich richtte op de vormgeving, en dat de gewezen spoorwegingenieur Van Gendt zich meer bezighield met inrichting en constructie. Ze ondertekenden samen formele stukken en ontvingen ieder de helft van het honorarium. De brede overkapping van de sporen werd ontworpen door spoorwegingenieur L.J. Eijmer.
De eerste stations van Amsterdam lagen aan de rand van de toenmalige stad. Het waren kopstations die de reizigers weinig keuze uit bestemmingen boden. In de jaren 1860 werden daarnaast plannen ontwikkeld voor een verbinding tussen Den Helder en het zuiden, via Amsterdam. Het Weesperpoortstation lag ongunstig voor een goede aansluiting van de nieuwe lijn op de lijn naar Utrecht. Dat er een centraler station moest komen in Amsterdam was zodoende vrijwel onomstreden. De vraag was waar.
De regering stelde in 1864 voor het station te bouwen op drie aan te plempen eilanden in het IJ. Dat betekende dat de stad afgesloten zou worden van het IJ, een emotioneel en naar gevreesd werd ook economisch pijnlijke keuze. Als alternatief werd een locatie ten zuiden van de stad voorgesteld. De regering zag met de IJ-optie mogelijkheden om een oostelijk havengebied te ontwikkelen met een goede spoorwegaansluiting. Zo'n moderne haven zou de economie van de stad een flinke impuls kunnen geven. De regering dreef haar voorkeur door, en in 1869 stemde de gemeenteraad er uiteindelijk mee in.
Voor de aanleg van de eilanden werd zand gebruikt dat gewonnen was bij de duindoorgravingen voor de aanleg van het Noordzeekanaal. Toen de oostelijke en westelijke eilanden klaar waren, kwamen daar tijdelijke stations in afwachting van de komst van het grote station.
Het "Centraalstation" werd op 15 oktober 1889 geopend. Oorspronkelijk was er één kap. De tweede, langere werd in 1922 gebouwd. Tussen die twee kappen in volgde in 1996 een derde, de middenkap.
Het gebouw bestaat uit een middendeel met hoofdingang, geflankeerd door vleugels met de oostelijke en westelijke toegangen. Die vleugels hebben beide een laag gedeelte. Alles bij elkaar was het gebouw 300 meter lang. In 1920 werd het lage deel van de oostvleugel afgebroken; op die plek kwam het pakketpoststation van Cuypers' zoon Jos.
Het station lijkt sinds eind jaren 1990 in een permanente staat van verbouwing te verkeren. De stationshallen worden opgeknapt en verbreed, aan de achterzijde is een busstation toegevoegd, evenals een halte van de Noord-Zuidlijn. In de jaren 2020 werd begonnen met het verbreden van perrons, om meer reizigers te kunnen verwerken.
In 2002 werden de karakteristieke luifel boven de hoofdingang en de rijtuigkappen aan de vleugels verwijderd, al dan niet geheel. Spoorwegorganisatie ProRail sprak van een tijdelijke verwijdering, maar anno 2026 zijn de kappen nog altijd niet terug.
Centraal Station. Stationsplein 13-47
Er zijn 294 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.