Voormalige marechausseekazerne. Het complex werd ontworpen door de "eerstaanwezend-ingenieur der Genie" van het 2e Geniecommandement in de Oranje-Nassaukazerne. Opdrachtgever was de Staat der Nederlanden.
Het was voor marechaussees tot in de jaren 1980 verplicht om op de kazerne of in een nabijgelegen dienstwoning te wonen. Als regel gold dat ongehuwden in de kazerne woonden, en gehuwden in een woning. In de Jennerstraat stond al sinds 1921 een kazerne van de marechaussee, met ernaast een aantal dienstwoningen en een kantoor, en op het terrein paardenstallen. Rond 1940 woonden er ook kortstondig enkele tientallen marechaussees in 'burgerwoningen' in de Bunsenstraat (nu: Finsenstraat) die waarschijnlijk aan de kazerne in de Jennerstraat verbonden waren. Zij vertrokken begin 1941 naar de Ter Gouwstraat en de Van der Vijverstraat omdat hun woningen waren opgeëist door de Duitse bezetter.
Het kazernegebouw aan de Jennerstraat werd begin jaren 1950 afgebroken en vervangen door dit nieuwe gebouw. De hoofdingang kwam nu aan het Robert Kochplantsoen. De oude woningen werden in 1970 vervangen door een blok met achttien nieuwe dienstwoningen.
De twee bouwdelen vormen een haak. De binnenplaats was bereikbaar via een inrit aan de Kruislaan.
Het bouwdeel links van de ingang had op de begane grond aan de straatkant kantoren voor onder meer de brigadecommandant, de wachtcommandant en de administratie. Aan de achterkant waren vijf cellen voor arrestanten. Op de eerste verdieping waren een verhoorkamer, een kamer voor Justitie, een wapenkamer en diverse materieelruimtes.
Het zestig meter lange bouwdeel aan de Kruislaan, het legeringsgebouw, had op de begane grond een eetzaal en keuken. Het grootste deel van de bg diende als autostalling. Boven de eetzaal kwam een kantine. Op de eerste verdieping waren verder aan de straatkant tien slaapkamers voor waarschijnlijk meerdere manschappen, en aan de binnenplaats nog eens tien kleinere eenpersoonskamers. Van de laatste hadden drie een wastafel: die waren bestemd voor onderofficieren. Anderen dienden zich te wassen in het waslokaal, waar ook enkele douches waren. Op de tweede verdieping waren nog eens tien grote en negen kleine slaapkamers, een wasruimte en boven de kantine een leslokaal.
Tussen de twee bouwdelen kwam een verbindingsstuk met glazen wanden en de hoofdingang. Boven de deur hing het rijkswapen. In de balk onder de dakrand werden vijf identieke symbolen aangebracht: de springende granaat, het embleem van de marechaussee.
De hier gevestigde brigade hield zich vermoedelijk vooral bezig met het opsporen van dienstplichtigen die niet kwamen opdagen, en met erewachttaken bij bijvoorbeeld het paleis op de Dam. Ook werd er in roerige tijden bijstand verleend aan de gemeentelijke politie. Daarvoor bestond tussen 1967 en 1994 een aparte, semi-permanente bijstandsbrigade die ter beschikking van de burgemeester stond. Die brigade was gevestigd in de Oranje-Nassaukazerne. In de garage hier in de Watergraafsmeer stonden rupsvoertuigen.
Een bijzondere werknemer was operazanger Willy Caron, die in de jaren 1960 tussen zijn lessen en optredens door in de voorraadkamer werkte.
Volgens marechausseesporen.nl werd de brigade Amsterdam in 2007 opgeheven. Het rijkswapen boven de ingang werd toen verwijderd; de emblemen zijn er nog wel. Het gebouw is na asbestsanering (2010) en een verbouwing tegenwoordig in gebruik bij HVO-Querido en dient onder meer als woonplek voor zo'n veertig voormalige daklozen met psychiatrische problemen.
De marechaussee is nog wel aanwezig in Amsterdam, in het in 2008 gebouwde districtsgebouw aan de Kattenburgerstraat op het marineterrein.
Robert Kochplantsoen 35