Winkelpand tussen Spui en Taksteeg, ontworpen door architect A. Jacot en gebouwd voor Maison De Vries, een winkel met sjieke damesconfectie.
Oprichter S.I. de Vries (1824-1916) was in 1850 in Hoorn begonnen met de overname van de manufacturenzaak van zijn schoonvader. Er volgden nieuwe winkels in Amsterdam: achtereenvolgens op de Prinsengracht 128 (magazijn "Jan Pieterszoon Coen", 1893), in de Utrechtsestraat 56, ("De vier Vriezen", 1897) en in de Warmoesstraat-Beursplein (1903). De laatste was een groothandel; daar was ook het kantoor van de firma, die in 1915 aan zo'n 800 mensen werk bood. Daarna volgde in 1904 een zaak in de Leidsestraat, op nummer 89-93, ontworpen door Jacot, met de naam Maison De Vries want bedoeld voor een voorname clientèle.
In 1911 volgde het filiaal op de hoek Spui-Kalverstraat. Die winkel werd in 1914 uitgebreid tot aan de Takstraat, in een kleine vijf maanden tijd. Boven de parterre met vooral etalages waren drie verdiepingen voor de verkoop en daarboven een verdieping met ateliers. De gevels werden beschreven als opgetrokken van lichtrode baksteen in modern-Hollandse stijl.
Jacot ontwierp enkele jaren later ook het nieuwe pand van Maison De Vries aan het Leidseplein.
De winkel in de Kalverstraat werd in 1932 verbouwd naar ontwerp van architect S. Rood Ezn.; op de hoek met het Spui kwam een passage.
De zaak sloot in 1987. In 1988 kwam er kledingketen Fooks, die deze winkel in 1989 overdeed aan de Zweedse modeketen Hennes & Mauritz. Het werd de eerste van vele H&M-vestigingen in de straat. Dit filiaal sloot in 2020. Na een verbouwing kwam er in 2021 een filiaal van de Cotton Club, een winkelformule van het Nederlandse modebedrijf The Sting.
Voorgangers
De Kalverstraat is al eeuwenlang een winkelstraat en ook op dit stukje waren al eerder winkels gevestigd. Van 1805 tot 1878 werden op nummer 125 (hoek Taksteeg) gipsen beelden verkocht, in allerlei soorten en maten. De winkel was in 1805 geopend door de Italiaanse immigrant en beeldengieter Antonio Boggia (1769-1844). Boggia verkocht hier onder meer bustes en portretten van de dichters Bilderdijk en Kinker, koning Willen II en de zeehelden Hein en De Ruyter. Hij leverde ook heiligenbeelden aan (katholieke) kerken. Na zijn dood zette zoon Bondius de zaak voort, tot ook hij in 1856 overleed. De winkel werd daarna nog 22 jaar voortgezet door een concurrent. Taksteeg 15 was toen bij de winkel getrokken. Na 1878 zat in dat deel enige tijd een café met de naam De Vereeniging, een filiaal van W.A. Mullers gelijknamige zaken in de Warmoesstraat en de Plantage.
Tussen 1884 en 1888 zaten in Kalverstraat 125 achtereenvolgens een anatomisch museum, een kledingzaak en een brandkastenwinkel. Daarna kwam er kledingzaak Au Louvre. Die liet in 1892-1893 Taksteeg 15 en Kalverstraat 125 en 127 vervangen door één nieuw pand. Na de sluiting van Au Louvre in 1901 zat er tot 1913 meubelwinkel Vos & De Vries.
In Kalverstraat 127 werden van 1875 tot 1892 achtereenvolgens verkocht galanterieën, wollen kleding, en damesmode.
C.P. Köhler en zijn vrouw verkochten vanaf 1863 op Kalverstraat 129 (hoek Spui, toen nog Osjessluis) neteldoek, een stof die in de keuken als zeef gebruikt werd en waar ook gordijnen van gemaakt werden. Ze verkochten echter vooral manufacturen en kleding. Eind jaren 1870 zat er ook de firma Goedhart, een bedrijf gespecialiseerd in de bestrijding van ongedierte in huizen en meubels. Ze werkten onder meer voor de Vereniging ten Behoeve der Arbeidersklasse. Köhler stopte in 1901. De firma Ed. Weill, van Nieuwendijk 187-189, opende er toen een tweede modewinkel. Weill had het pand laten verbouwen door Jacot en Oldewelt. De winkel werd in 1911 opgeheven.
Kalverstraat 125-129, Taksteeg 13
Er zijn 20 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.