1852 - 1984
De Vereeniging ten Behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam (VAK) werd in 1852 opgericht door o.a. J. Messchert van Vollenhoven, Josua van Eik en C.P. van Eeghen. Zij en andere welgestelde Amsterdammers legden geld in om de bouw van arbeiderswoningen te financieren. Een aandeel kostte ƒ 2000. De vereniging werd Nederlands eerste woningbouwvereniging.
Het eerste project van de VAK bestond uit de bouw van drie huizen met achttien kleine woningen aan de Oostenburgermiddenstraat, in 1852-1853. Architect was Hendrik Hana. Dat blok is in de jaren 1920 verbouwd tot kantoor van Werkspoor en later afgebroken. Na de eerste huizen volgden:
In 1863 werd Constantia opgericht, een dochter van de VAK. Voluit was de naam "Stichting voor den Ambachtsstand - Constantia Woningen". VAK-voorzitter J. van Eik werd ook voorzitter van Constantia. Constantia was de voornaam van zijn echtgenote.
Rond de invoering van de Woningwet in 1901 besloot de VAK geen nieuwe woningen meer te bouwen. In de jaren 1980 ging het bezit van de vereniging over naar de gemeente Amsterdam.
Schrijfster Hélène Mercier typeerde in 1886 de huurders van de VAK als 'minst verdienende ambachtslieden', en benoemt enkele huisregels:
Op de lange lijst vinden wij straatvegers, groentevrouwen, courantenombrengers, mattenmakers, schoonmaaksters, steenkolendragers, bleekvrouwen, muzikanten, schilders, metselaarsknechts enz: Dat nochtans de gezamenlijke huurders in zeker opzicht een keurbende vormen, valt niet te loochenen. Dronkenschap, openbare ontucht en groote onzindelijkheid worden door de vereeniging niet binnen haar muren geduld. Wie zich daaraan schuldig maakt moet onmiddellijk vertrekken en naar hen, die zich als huurders aanmelden wordt op deze drie punten vooraf grondig onderzoek gedaan. In het huurcontract komen voorts nog eenige bepalingen voor, die men in de huurcontracten van schier alle bouwvereenigingen vindt, o. a. deze, dat de huurder niemand bij zich mag doen inwonen die niet tot zijn gezin behoort, geen sterken drank in zijn woning mag verkoopen en zonder vergunning van het bestuur geen duiven, kippen of viervoetig gedierte (katten uitgezonderd) mag houden.